Driehoek berekenen

Om een driehoek te berekenen vul je precies drie bekende waarden in, minstens één zijde, en laat je de rest leeg. De rekenmachine vult alle zijden, hoeken en maten aan.

Bron: Wolfram MathWorld – Law of cosines. Bijgewerkt: .

Mijn toolboxJe invoer wordt alleen in deze browser opgeslagen.

Resultaat

Zijden en hoeken
a = 3 · b = 4 · c = 5 · α = 36,8699° · β = 53,1301° · γ = 90°
Oppervlakte
6
Omtrek
12
Hoogtelijnen
hₐ = 4 · h_b = 3 · h_c = 2,4
Ingeschreven en omgeschreven cirkel
straal ingeschreven cirkel r = 1, omgeschreven cirkel R = 2,5
Soort driehoek
rechthoekig, ongelijkzijdig
Berekening
  • Cosinusregel: α = arccos((b² + c² − a²) ÷ (2·b·c)) = arccos((16 + 25 − 9) ÷ 40) = 36,8699°
  • Cosinusregel: β = arccos((a² + c² − b²) ÷ (2·a·c)) = arccos((9 + 25 − 16) ÷ 30) = 53,1301°
  • Hoekensom: γ = 180° − α − β = 90°
  • Formule van Heron: s = 6; A = √(s(s − a)(s − b)(s − c)) = 6
  • r = A ÷ s = 1; R = abc ÷ (4A) = 2,5
Berekend volgens geval ZZZ (drie zijden).

Zo wordt het berekend

Een driehoek ligt vast met drie gegevens als er minstens één zijde bij zit: drie zijden (ZZZ), twee zijden met de ingesloten hoek (ZHZ) of een zijde en twee hoeken (HZH, ZHH). Alleen bij twee zijden en een niet-ingesloten hoek (ZZH) zijn er soms twee oplossingen.

Formules

Notatie

De zijden heten a, b, c en de hoeken α, β, γ; elke hoek ligt tegenover de zijde met dezelfde letter. De hoogtelijn hₐ staat loodrecht op a en gaat door het tegenoverliggende hoekpunt. Hoeken vul je in graden in.

Soort driehoek

De rekenmachine geeft aan of de driehoek scherp-, recht- of stomphoekig is, en of hij gelijkzijdig, gelijkbenig of ongelijkzijdig is. Voor rechthoekige driehoeken met twee bekende zijden is stelling van Pythagoras berekenen sneller; sinus en cosinus vind je op de wetenschappelijke rekenmachine, en met de gradenboog online meet je hoeken op het scherm.

Veelgestelde vragen

Hoe bereken je de hoeken van een driehoek met drie zijden?

Met de cosinusregel: cos α = (b² + c² − a²) ÷ (2bc). Voor de 3-4-5-driehoek: α ≈ 36,87°, β ≈ 53,13° en γ = 90°.

Hoe bereken je de oppervlakte van een driehoek?

Basis maal hoogte gedeeld door twee, of met de formule van Heron uit de drie zijden. Met twee zijden en de ingesloten hoek: ½ · a · b · sin γ.

Hoe bereken je een ontbrekende hoek?

Zijn twee hoeken bekend: γ = 180° − α − β. Anders met de cosinus- of sinusregel.

Waarom zijn er soms twee oplossingen?

Bij twee zijden en een niet-ingesloten hoek kan de tweede hoek scherp of stomp zijn. Is de zijde tegenover de gegeven hoek de langste, dan is er één oplossing.

Wanneer bestaat een driehoek niet?

Als twee zijden samen niet langer zijn dan de derde (driehoeksongelijkheid) of als de gegeven hoeken al 180° of meer zijn.

Bronnen en wettelijke basis

Bijgewerkt op: · Redactioneel beleid

Vergelijkbare tools