Volgorde van bewerkingen – rekenmachine

De volgorde van bewerkingen ligt vast: eerst haakjes, dan machten, daarna vermenigvuldigen en delen en als laatste optellen en aftrekken. De rekenmachine toont elke stap met de regel – 18 : 6 + 4(5 − 2) geeft 15.

Bron: OpenStax Prealgebra 2e, 2.1 Use the Language of Algebra – Order of Operations: 1. parentheses and other grouping symbols (innermost first), 2. exponents, 3. multiplication and division left to right, 4. addition and subtraction left to right; Examples 2.8–2.12 (4 + 3·7 = 25, 18 ÷ 6 + 4(5 − 2) = 15, 5 + 2³ + 3[6 − 3(4 − 2)] = 13) (read 10.10.2026). Bijgewerkt: .

Gebruik + − · : (of * / ÷ ×), ^ of ² ³ voor machten en haakjes ( ) [ ] { }. Een getal direct voor een haakje betekent vermenigvuldigen: 4(5 − 2). Kommagetallen met komma of punt, zonder scheidingsteken voor duizendtallen.
Mijn toolboxJe invoer wordt alleen in deze browser opgeslagen.

Resultaat

Uitkomst
18 : 6 + 4 · (5 − 2) = 15
Tussenstappen
StapRegelBerekeningSom na de stap
1Binnen de haakjes: optellen/aftrekken, van links naar rechts5 − 2 = 318 : 6 + 4 · 3
2vermenigvuldigen/delen, van links naar rechts18 : 6 = 33 + 4 · 3
3vermenigvuldigen/delen, van links naar rechts4 · 3 = 123 + 12
4optellen/aftrekken, van links naar rechts3 + 12 = 1515
Exact berekend met breuken in de volgorde haakjes → machten → vermenigvuldigen en delen → optellen en aftrekken; gelijkwaardige bewerkingen van links naar rechts.

Zo wordt het berekend

De volgorde van bewerkingen is: 1. haakjes (de binnenste eerst), 2. machten, 3. vermenigvuldigen en delen van links naar rechts, 4. optellen en aftrekken van links naar rechts. Het lesboek OpenStax Prealgebra laat zien waarom die afspraak nodig is: zonder vaste volgorde kan 4 + 3 · 7 zowel 49 als 25 opleveren. Omdat vermenigvuldigen voorgaat, reken je 3 · 7 = 21 en dan 4 + 21 = 25.

Voorbeelden van de volgorde van bewerkingen

SomUitkomst
4 + 3 · 725
(4 + 3) · 749
12 − 5 · 22
18 : 9 · 24
18 · 9 : 281
18 : 6 + 4(5 − 2)15
30 : 5 + 10(3 − 2)16
5 + 2³ + 3[6 − 3(4 − 2)]13
2³ + 3⁴ : 3 − 5²10
9 + 5³ − [4(9 + 3)]86

Een uitgewerkt voorbeeld: 18 : 6 + 4(5 − 2). Eerst de haakjes: 5 − 2 = 3. Dan vermenigvuldigen en delen van links naar rechts: 18 : 6 = 3 en daarna 4 · 3 = 12. Tot slot optellen: 3 + 12 = 15.

Gelijkwaardig: van links naar rechts

Vermenigvuldigen en delen zijn gelijkwaardig, net als optellen en aftrekken. Het ezelsbruggetje ‘Meneer Van Dale Wacht Op Antwoord’ zet vermenigvuldigen vóór delen en optellen vóór aftrekken, maar dat klopt niet: gelijkwaardige bewerkingen doe je gewoon op volgorde, van links naar rechts. Daarom is 18 : 9 · 2 = 2 · 2 = 4 en niet 18 : 18 = 1, en 10 − 4 + 3 = 9 en niet 3. Bij haakjes binnen haakjes begin je binnenin: in 5 + 2³ + 3[6 − 3(4 − 2)] geven de ronde haakjes 2, de rechte haakjes 6 − 6 = 0 en de uitkomst is 5 + 8 + 0 = 13.

Waar het vaak misgaat

De rekenmachine rekent met exacte breuken: 7 : 2 verschijnt als 3,5 en 1 : 3 als 1/3 met een afgeronde decimale waarde. Wortels horen er niet bij. Losse breuken vereenvoudigen en optellen doe je met de breuken rekenmachine; grote machten en de rekenregels staan bij machtsverheffen en logaritme rekenen.

Veelgestelde vragen

Wat is de volgorde van bewerkingen?

Eerst haakjes (van binnen naar buiten), dan machten, daarna vermenigvuldigen en delen van links naar rechts en als laatste optellen en aftrekken van links naar rechts.

Gaat vermenigvuldigen altijd voor delen?

Nee. Vermenigvuldigen en delen zijn gelijkwaardig en gaan van links naar rechts: 18 : 9 · 2 = 4 en 18 · 9 : 2 = 81. Het rijtje van Meneer Van Dale suggereert iets anders, maar dat is hier misleidend.

Hoe typ ik 4(5 − 2)?

Precies zo: een getal direct voor een haakje betekent vermenigvuldigen. De rekenmachine schrijft 4 · (5 − 2) en rekent eerst de haakjes uit.

Kan ik delen met een dubbele punt?

Ja, “:” telt als delen, net als ÷ en /. Voor vermenigvuldigen kun je ·, × en * gebruiken.

Hoeveel is −3²?

−9. Alleen de 3 wordt gekwadrateerd, het minteken komt daarna: −3² = −(3²). OpenStax Prealgebra toont dat in voorbeeld 10.13 (−3⁴ = −81, maar (−3)⁴ = 81). Voor (−3)² = 9 typ je de haakjes.

Bronnen en wettelijke basis

Bijgewerkt op: · Redactioneel beleid

Vergelijkbare tools