Ruit berekenen

Hier kun je een ruit berekenen: met twee geschikte gegevens (zijde en hoek, beide diagonalen, of oppervlakte en zijde) krijg je alle andere maten. Voorbeeld: zijde 5 en hoek 60° geven diagonalen van 8,66 en 5, oppervlakte 21,65 en omtrek 20.

Voorbeeld: Wat is gegeven: Zijde en hoek · Zijde a 5 · Hoek tussen twee zijden 60 ° → Resultaat: Zijde a = 5 · Oppervlakte A = 21,6506 · Omtrek O = 20. Bron: Wikipedia – Raute (Geometrie). Bijgewerkt: .

°
Mijn toolboxJe invoer wordt alleen in deze browser opgeslagen.

Resultaat

Resultaat
Zijde a = 5 · Oppervlakte A = 21,6506 · Omtrek O = 20
Alle maten van de ruit
MaatWaarde
Zijde a5
Lange diagonaal e8,66025
Korte diagonaal f5
Scherpe hoek α60°
Stompe hoek β120°
Omtrek O20
Oppervlakte A21,6506
Hoogte h4,33013
Straal ingeschreven cirkel r2,16506
Stappen
  • De diagonalen staan loodrecht op elkaar en delen elkaar middendoor: a = ½·√(e² + f²) = ½·√(8,66025² + 5²) = 5.
  • Oppervlakte A = e·f / 2 = 8,66025·5 / 2 = 21,6506.
  • Omtrek O = 4·a = 4·5 = 20.
  • Scherpe hoek α = 2·arctan(f / e) = 2·arctan(5 / 8,66025) = 60°, stompe hoek β = 180° − α = 120°.
  • Hoogte h = A / a = 21,6506 / 5 = 4,33013; straal van de ingeschreven cirkel r = h / 2 = 2,16506.
Een ruit is een parallellogram met vier even lange zijden. Het vierkant is het bijzondere geval met gelijke diagonalen en hoeken van 90°. Alle lengtes hebben dezelfde eenheid, de oppervlakte het kwadraat daarvan.

Zo wordt het berekend

Een ruit heeft vier even lange zijden en de diagonalen staan loodrecht op elkaar en delen elkaar middendoor. Daarom zijn twee geschikte gegevens genoeg om al het andere te vinden. De rekenmachine toont zijde, diagonalen, hoeken, omtrek, oppervlakte, hoogte en straal van de ingeschreven cirkel.

De belangrijkste formules

De oppervlakte is A = e·f / 2 met de diagonalen e en f, of A = a²·sin α met zijde en hoek, of A = a·h met zijde en hoogte. De omtrek is O = 4a. De zijde volgt uit de diagonalen met de stelling van Pythagoras: a = ½·√(e² + f²), want elke zijde is de schuine zijde van een rechthoekige driehoek met rechthoekszijden e/2 en f/2. De scherpe hoek is α = 2·arctan(f / e) en de stompe β = 180° − α. De ingeschreven cirkel raakt alle vier de zijden; de straal is r = A / (2a) = h / 2.

Voorbeeld

Met diagonalen e = 10 en f = 6 is de zijde a = ½·√136 ≈ 5,83, de oppervlakte A = 30, de omtrek O ≈ 23,32 en de scherpe hoek α ≈ 61,93°. Geef je in plaats daarvan de oppervlakte 12,5 bij zijde 5, dan is sin α = 12,5 / 25 en dus α = 30°.

Veelgestelde vragen

Hoe bereken je de oppervlakte van een ruit?

Het eenvoudigst met de diagonalen: A = e·f / 2. Of met zijde en hoek via A = a²·sin α, of met zijde en hoogte via A = a·h.

Hoe vind je de zijde van een ruit uit de diagonalen?

Met de stelling van Pythagoras: a = ½·√(e² + f²). Bij e = 10 en f = 6 is dat a ≈ 5,83.

Is een vierkant een ruit?

Ja. Een vierkant is een ruit met vier rechte hoeken. Beide diagonalen zijn dan even lang en de formules voor de ruit blijven gelden.

Bronnen en wettelijke basis

Bijgewerkt op: · Redactioneel beleid

Vergelijkbare tools