Oppervlakte van een ring (cirkelring) berekenen

De oppervlakte van een ring berekenen kan met buiten- en binnenstraal, met beide diameters of met oppervlakte en buitenstraal. Bij R = 5 en r = 3 is de oppervlakte 50,27 en de breedte 2, met rekenstappen.

Voorbeeld: Bekende maten: Buiten- en binnenstraal · Buitenstraal R 5 · Binnenstraal r 3 → Resultaat: Oppervlakte A = 50,26548. Bron: Wikipedia – Kreisring. Bijgewerkt: .

Elke lengte-eenheid; oppervlakten in het kwadraat, inhoud in de derde macht.
Mijn toolboxJe invoer wordt alleen in deze browser opgeslagen.

Resultaat

Resultaat
Oppervlakte A = 50,26548
Alle maten
  • Buitenstraal R: 5
  • Binnenstraal r: 3
  • Buitendiameter D: 10
  • Binnendiameter d: 6
  • Oppervlakte A: 50,26548
  • Breedte van de ring b: 2
  • Buitenomtrek: 31,41593
  • Binnenomtrek: 18,84956
  • Gemiddelde straal: 4
Rekenstappen
  • A = π · (R² − r²) = π · (25 − 9) = 50,26548
  • b = R − r = 5 − 3 = 2
  • Buitenomtrek = 2 · π · R = 31,41593
  • Binnenomtrek = 2 · π · r = 18,84956

Zo wordt het berekend

Een cirkelring is het gebied tussen twee cirkels met hetzelfde middelpunt. Je krijgt hem door uit een grote cirkel (straal R) een kleinere (straal r) weg te halen, zoals bij een sluitring of de doorsnede van een buis.

De formules

Zo gebruik je de rekenmachine

Kies de bekende maten en vul de waarden in. Voorbeeld: R = 5 en r = 3 geven A = π · (25 − 9) = 50,27, een breedte b = 2 en omtrekken van 31,42 en 18,85. De binnencirkel moet kleiner zijn dan de buitencirkel. De eenheid is vrij; de oppervlakte staat in het kwadraat van de gekozen eenheid.

Veelgestelde vragen

Hoe bereken je de oppervlakte van een cirkelring?

A = π · (R² − r²): oppervlakte van de grote cirkel min die van de kleine. Bij R = 5 en r = 3 is dat π · 16 = 50,27.

Hoe bereken je het met diameters?

A = π ÷ 4 · (D² − d²). Kies “Buiten- en binnendiameter”; de tool halveert de waarden zelf.

Hoe vind je de binnenstraal uit de oppervlakte?

r = √(R² − A ÷ π). De oppervlakte moet kleiner zijn dan π · R², anders is er geen gat meer.

Wat is de breedte van de ring?

De afstand tussen de buiten- en binnencirkel, b = R − r. Bij R = 5 en r = 3 is dat 2.

Waar gebruik je een cirkelring voor?

Bijvoorbeeld voor sluitringen, buisdoorsneden, pakkingen of de oppervlakte van een pad rond een ronde vijver.

Bronnen en wettelijke basis

Bijgewerkt op: · Redactioneel beleid

Vergelijkbare tools