Referentiehoek berekenen

Met deze rekenmachine bepaal je de referentiehoek: de scherpe hoek die het eindbeen van een hoek met de x-as maakt. Voorbeeld: de referentiehoek van 210° is 30°, want 210° − 180° = 30°.

Voorbeeld: Eenheid: Graden (°) · Hoek 210 → Resultaat: Referentiehoek = 30° (hoek 210°, kwadrant III). Bron: Wikipedia – Reference angle. Bijgewerkt: .

Negatieve hoeken en hoeken boven 360° zijn toegestaan.
Mijn toolboxJe invoer wordt alleen in deze browser opgeslagen.

Resultaat

Resultaat
Referentiehoek = 30° (hoek 210°, kwadrant III)
Alle waarden
GrootheidWaarde
Hoek tussen 0° en 360°210°
Liggingkwadrant III
Referentiehoek in graden30°
Referentiehoek in radialen0,523599
Rekenstappen
  • Kwadrant III: referentiehoek = θ − 180° = 210° − 180° = 30°.
De referentiehoek ligt altijd tussen 0° en 90°. Sinus, cosinus en tangens van de hoek hebben dezelfde absolute waarde als die van de referentiehoek; het teken hangt af van het kwadrant.

Zo wordt het berekend

De referentiehoek is de scherpe hoek tussen het eindbeen van een hoek en de x-as. Daarmee herleid je waarden van sinus, cosinus en tangens tot bekende hoeken tussen 0° en 90°.

Formule en rekenstappen

Breng eerst de hoek θ binnen het bereik 0° tot 360°. Daarna hangt de formule van het kwadrant af: in het eerste is het θ zelf, in het tweede 180° − θ, in het derde θ − 180° en in het vierde 360° − θ. Ligt de hoek precies op een as, dan is de referentiehoek 0° (bij 0° en 180°) of 90° (bij 90° en 270°). Radialen reken je eerst om naar graden met 180° / π.

Uitgewerkte voorbeelden

210° ligt in het derde kwadrant: 210° − 180° = 30°. Voor 135° in het tweede kwadrant geldt 180° − 135° = 45°. De hoek −45° is gelijk aan 315° en geeft in het vierde kwadrant 360° − 315° = 45°. Bij 400° trek je eerst 360° af, er blijft 40° over. In radialen is 5,235988 rad gelijk aan 300°, dus is de referentiehoek 60°.

Veelgestelde vragen

Wat is een referentiehoek?

De scherpe hoek tussen het eindbeen en de x-as. Hij ligt altijd tussen 0° en 90° en geeft de absolute waarde van de goniometrische functies.

Hoe vind ik de referentiehoek van 210°?

210° ligt in het derde kwadrant, dus 210° − 180° = 30°.

En bij negatieve hoeken of hoeken boven 360°?

Tel volle omwentelingen van 360° op of trek ze af tot de hoek tussen 0° en 360° ligt. −45° wordt 315° en heeft referentiehoek 45°.

Bronnen en wettelijke basis

Bijgewerkt op: · Redactioneel beleid

Vergelijkbare tools