Toekomstige waarde berekenen

Met deze rekenmachine berekent u de toekomstige waarde van een bedrag met rente en periodieke inleg – of omgekeerd de contante waarde: wat een toekomstig bedrag nu waard is. € 10.000 plus € 100 per maand groeit bij 4 % in 10 jaar naar € 29.633,31.

Bron: Microsoft Support – FV function (future value): equation with present value, payment and type 0/1. Bijgewerkt: .

€
% per jaar
jaar
€
Mijn toolboxJe invoer wordt alleen in deze browser opgeslagen.

Resultaat

Toekomstige waarde
€ 29.633,31
Uw inleg in totaal
€ 22.000,00
Behaalde rente
€ 7.633,31
Factor
Samengestelde-rentefactor: 1,490833
Effectieve jaarrente
4,07%
Berekening
€ 10.000,00 × 1,490833 + € 100,00 × 147,249805 = € 29.633,31
Jaar voor jaar
JaarInleg tot nu toeRente tot nu toeWaarde aan het jaareinde
1€ 11.200,00€ 429,66€ 11.629,66
2€ 12.400,00€ 925,72€ 13.325,72
3€ 13.600,00€ 1.490,87€ 15.090,87
4€ 14.800,00€ 2.127,95€ 16.927,95
5€ 16.000,00€ 2.839,86€ 18.839,86
6€ 17.200,00€ 3.629,68€ 20.829,68
7€ 18.400,00€ 4.500,55€ 22.900,55
8€ 19.600,00€ 5.455,80€ 25.055,80
9€ 20.800,00€ 6.498,86€ 27.298,86
10€ 22.000,00€ 7.633,31€ 29.633,31

Zo wordt het berekend

Toekomstige waarde berekenen: de formule

Toekomstige waarde = beginbedrag × (1 + i)n + inleg × ((1 + i)n − 1) ÷ i. Hierin is i de rente per periode (jaarrente ÷ perioden per jaar) en n het aantal perioden (jaren × perioden per jaar). De eerste term is het beginbedrag met rente op rente, de tweede de toekomstige waarde van de periodieke inleg.

Contante waarde: wat een toekomstig bedrag nu waard is

Contante waarde = toekomstig bedrag ÷ (1 + i)n. Dit heet disconteren: € 10.000 over 10 jaar is bij 4 % nu € 6.755,64 waard, bij 5 % nog maar € 6.139,13. Hoe hoger de rente en hoe langer de looptijd, hoe lager de contante waarde. Periodieke betalingen disconteert u met de annuïteitenfactor (1 − (1 + i)−n) ÷ i: € 100 per jaar gedurende 10 jaar tegen 4 % heeft een contante waarde van € 811,09.

Inleg aan het begin of einde van de periode

Inleg aan het begin van een periode levert een periode langer rente op: de annuïteitenfactor wordt vermenigvuldigd met (1 + i). Dat komt overeen met het argument “type” van de Excel-functies TW en HW.

Waarvoor gebruikt u dit?

Toekomstige en contante waarde maken betalingen op verschillende momenten vergelijkbaar – bij spaarplannen, afkoopsommen, pensioenen of investeringsbeslissingen. Belasting, inflatie en kosten blijven bewust buiten beschouwing: de rekenmachine houdt het bij zuivere wiskunde.

Grenzen

De berekening gaat uit van een constante rente en negeert belasting, kosten en inflatie. De uitkomst is een modelberekening, geen voorspelling of beleggingsadvies.

Veelgestelde vragen

Hoe bereken je de toekomstige waarde?

Beginbedrag × (1 + i)^n en bij periodieke inleg plus inleg × ((1 + i)^n − 1) ÷ i. € 10.000 tegen 4 % over 10 jaar is € 14.802,44.

Wat is het verschil tussen toekomstige en contante waarde?

De toekomstige waarde zegt wat een bedrag later waard is, de contante waarde wat een toekomstig bedrag nu waard is. De rente verbindt beide.

Hoe bereken ik de contante waarde?

Deel het toekomstige bedrag door (1 + i)^n: € 10.000 over 10 jaar tegen 4 % geeft € 6.755,64.

Welke rente gebruik ik voor de contante waarde?

Het rendement van een alternatief of een rente die het risico van de betaling weerspiegelt. Er bestaat geen officiële waarde, dus vergelijk meerdere percentages.

Hoe bereken ik de toekomstige waarde in Excel?

Met de functie TW(rente; aantal_termijnen; bet; hw; type), bijvoorbeeld =TW(4%/12; 120; −100; −10000). De uitkomst komt overeen met deze rekenmachine.

Bronnen en wettelijke basis

Bijgewerkt op:

Vergelijkbare tools