Anion gap berekenen (met albuminecorrectie)

Anion gap berekenen doe je hier uit natrium, chloride en bicarbonaat – met of zonder kalium – en bij een laag albumine gecorrigeerd met de formule van Figge. Voorbeeld: Na 140, Cl 104 en HCO₃ 24 mmol/L geven een anion gap van 12 mmol/L; bij een albumine van 30 g/L is de gecorrigeerde waarde 14,5 mmol/L.

Bron: Kraut JA, Madias NE. Serum anion gap: its uses and limitations in clinical medicine. Clin J Am Soc Nephrol 2007;2(1):162–174 (definitie: natrium min de som van chloride en bicarbonaat). Bijgewerkt: .

mmol/L
Voor deze ionen zijn mmol/L en mEq/L hetzelfde getal.
mmol/L
mmol/L
Staat op veel uitslagen als totaal CO₂.
g/L
Laat leeg om de albuminecorrectie over te slaan.
mmol/L
Referentiewaarden verschillen per laboratorium – neem die van je eigen uitslag.
Mijn toolboxJe invoer wordt alleen in deze browser opgeslagen.

Resultaat

Resultaat
Anion gap = 12 mmol/L · gecorrigeerd voor albumine 14,5 mmol/L (boven de ingevulde bovengrens van 12 mmol/L)
Jouw waarden
GrootheidWaarde
Anion gap (zonder kalium)12 mmol/L
Albuminecorrectie+2,5 mmol/L
Anion gap gecorrigeerd voor albumine14,5 mmol/L
Ingevulde bovengrens12 mmol/L
Vergelijking met de grensboven de ingevulde bovengrens van 12 mmol/L
Berekening
  • Anion gap = Na − (Cl + HCO₃) = 140 − (104 + 24) = 12 mmol/L.
  • Albuminecorrectie (Figge): 12 + 0,25 × (40 − 30) = 14,5 mmol/L (albumine in g/L).
Gepubliceerde referentiewaarden (zonder kalium)
MeetmethodeGepubliceerd bereik
Oudere methoden (vlamfotometrie, jaren 70)8–16 / 9–17 mmol/L
Laboratoria met ionselectieve elektroden3–11 / 5–12 mmol/L
Bovengrens die veel laboratoria nog hanteren15–16 mmol/L
Een berekende waarde ter oriëntatie – ze vervangt geen medisch oordeel. Of een anion gap verhoogd is, hangt af van de referentiewaarden van het laboratorium dat de bepalingen deed; de rekenhulp vergelijkt alleen met de grens die je invult en stelt geen diagnose. Zuur-basestoornissen worden beoordeeld samen met de bloedgaswaarden en het klinische beeld.

Zo wordt het berekend

De anion gap is het verschil tussen de gemeten positieve ionen (natrium, soms ook kalium) en de gemeten negatieve ionen (chloride en bicarbonaat) in het serum. Bloed is elektrisch neutraal; het ‘gat’ bestaat dus uit anionen die routinebepalingen niet meten – vooral albumine, daarnaast fosfaat, sulfaat en organische zuren. Artsen gebruiken de waarde vooral om de oorzaken van een metabole acidose te ordenen.

Formule

Zonder kalium (de gebruikelijke vorm): anion gap = Na⁺ − (Cl⁻ + HCO₃⁻). Met kalium: anion gap = Na⁺ + K⁺ − (Cl⁻ + HCO₃⁻). Alle waarden in mmol/L; voor deze ionen met één lading is dat hetzelfde getal als in mEq/L. Kalium schommelt weinig en wordt daarom meestal weggelaten; met kalium ligt de uitkomst hoger met de kaliumwaarde, ongeveer 4 mmol/L.

Uitgewerkt voorbeeld

Na 140, Cl 104, HCO₃ 24 mmol/L: anion gap = 140 − (104 + 24) = 12 mmol/L. Met een kalium van 4,0 mmol/L geeft de tweede formule 140 + 4 − 128 = 16 mmol/L. Een monster met Na 135, Cl 100 en HCO₃ 10 mmol/L heeft een anion gap van 135 − 110 = 25 mmol/L.

Albuminecorrectie (Figge)

Albumine draagt een groot deel van de niet-gemeten negatieve lading. Is het albumine laag, dan daalt de anion gap en kan die normaal lijken terwijl er extra zuren aanwezig zijn. Figge en collega’s stelden daarom voor: gecorrigeerde anion gap = anion gap + 0,25 × (normaal albumine − gemeten albumine) met albumine in g/L, of een factor 2,5 bij g/dL. In het voorbeeld geven een albumine van 30 g/L en een normaalwaarde van 40 g/L 12 + 0,25 × 10 = 14,5 mmol/L. Welk ‘normaal’ albumine wordt gebruikt, verschilt – 40 en 44 g/L komen beide voor – en daarom kun je kiezen.

Wat is een normale anion gap?

Eén getal bestaat niet. Met de oudere methoden uit de jaren 70 was het bereik 8–16 of 9–17 mmol/L. Laboratoria met ionselectieve elektroden rapporteerden lagere bereiken van 3–11 of 5–12 mmol/L, maar veel laboratoria hanteren nog een bovengrens van 15–16 mmol/L. Daarom vraagt deze rekenhulp naar de bovengrens op je eigen uitslag in plaats van een vaste drempel te gebruiken.

Veelgestelde vragen

Wat is een normale anion gap?

Dat hangt af van de methode van het laboratorium. Gepubliceerde referentiewaarden zonder kalium lopen van 3–11 of 5–12 mmol/L (ionselectieve elektroden) tot 8–16 mmol/L (oudere methoden); veel laboratoria noemen een bovengrens van 15–16 mmol/L. Ga uit van het bereik op je eigen uitslag.

Reken je met of zonder kalium?

Meestal zonder, omdat kalium weinig schommelt. Met kalium ligt de uitkomst hoger met de kaliumwaarde – 16 in plaats van 12 mmol/L in het voorbeeld met kalium 4 – en geldt het referentiebereik voor die formule.

Hoe corrigeer je de anion gap voor albumine?

Tel 0,25 mmol/L op voor elke g/L dat het albumine onder normaal ligt (2,5 per g/dL). Bij een anion gap van 12, een albumine van 30 g/L en een normaalwaarde van 40 g/L is de gecorrigeerde anion gap 14,5 mmol/L.

Zijn mmol/L en mEq/L hier hetzelfde?

Ja. Natrium, kalium, chloride en bicarbonaat hebben elk één lading; 1 mmol/L is dus 1 mEq/L en de anion gap is in beide eenheden hetzelfde getal.

Wat betekent een hoge anion gap?

Het wijst erop dat niet-gemeten anionen zich hebben opgehoopt, meestal bij een metabole acidose door lactaat, ketonen of bepaalde vergiftigingen. Eén berekende waarde is geen diagnose; een arts beoordeelt die samen met de bloedgassen en de klachten.

Bronnen en wettelijke basis

Bijgewerkt op: · Redactioneel beleid

Vergelijkbare tools