Kinetische energie berekenen, met zwaarte-energie, arbeid en vermogen

Kinetische energie berekenen in het kort: Ek = ½ · m · v². Een auto van 1000 kg met 50 km/u (13,9 m/s) heeft ongeveer 96 kJ, evenveel als bij een val van 9,8 m. Omdat v in het kwadraat staat, geeft dubbele snelheid vier keer zoveel energie.

Voorbeeld: Wat wil je berekenen: Kinetische energie (massa, snelheid) · Massa m 1.000 kg · Snelheid v 50 · Eenheid: km/u → Resultaat: Ek = 96.450 J (96,45 kJ). Bron: OpenStax, OpenStax University Physics Vol. 1, 7.2 Kinetic Energy and 8.1 Potential Energy of a System. Bijgewerkt: .

kg
Mijn toolboxJe invoer wordt alleen in deze browser opgeslagen.

Resultaat

Resultaat
Ek = 96.450 J (96,45 kJ)
Ter vergelijking
Een voorwerp dat vrij valt van 9,835 m hoogte heeft dezelfde energie.
In andere eenheden
EenheidWaarde
Joule96.450 J
Kilojoule96,45 kJ
Wattuur26,79 Wh
Kilocalorie23,05 kcal
Uitwerking
  • Snelheid in m/s: 50 km/u / 3,6 = 13,89 m/s
  • Ek = ½ · m · v² = ½ · 1.000 kg · (13,89 m/s)² = 96.450 J

Zo wordt het berekend

Formule voor kinetische energie

De kinetische energie (bewegingsenergie) van een voorwerp met massa m en snelheid v is

Ek = ½ · m · v²  ·  omgevormd: v = √(2 · Ek / m)

Eenheden: massa in kg, snelheid in m/s, energie in joule (1 J = 1 kg·m²/s²). Km/u deel je eerst door 3,6.

Voorbeeld met uitwerking

  1. Auto: m = 1000 kg, v = 50 km/u = 13,89 m/s
  2. Ek = ½ · 1000 kg · (13,89 m/s)² = 96.451 J ≈ 96,5 kJ
  3. Bij 100 km/u: 385,8 kJ – vier keer zoveel. Daarom groeit de remweg met het kwadraat van de snelheid.

De andere basisformules

GrootheidFormuleEenheid
Zwaarte-energieEz = m · g · hJ
ArbeidW = F · s · cos αJ = N·m
VermogenP = W / tW = J/s
Kracht (tweede wet van Newton)F = m · aN = kg·m/s²

g is de normale valversnelling, 9,806 65 m/s² (NIST/CODATA). Bij arbeid telt alleen de krachtcomponent in de bewegingsrichting: bij 60° de helft, bij 90° wordt geen arbeid verricht – handig bij opgaven over een helling.

Behoud van energie

Zonder wrijving wordt zwaarte-energie volledig kinetische energie: m · g · h = ½ · m · v², dus v = √(2 · g · h) en de massa valt weg. Daarom toont de rekenmachine bij elke bewegingsenergie de gelijkwaardige valhoogte. Omrekenen: 1 Wh = 3600 J, 1 kcal = 4184 J (NIST SP 811).

Veelgestelde vragen

Hoe bereken je kinetische energie?

Ek = ½ · m · v², met massa in kg en snelheid in m/s. Voorbeeld: 80 kg bij 5 m/s = ½ · 80 · 25 = 1000 J.

Hoe bereken je de snelheid uit de kinetische energie?

Omvormen naar v: v = √(2 · Ek / m). 1000 J en 80 kg geven √(2000 / 80) = 5 m/s.

Hoe bereken je arbeid in de natuurkunde?

W = F · s · cos α. Wie een doos met 100 N over 10 m in de bewegingsrichting duwt, verricht 1000 J arbeid.

Hoe bereken je arbeid op een helling?

Tegen de zwaartekracht in is de arbeid W = m · g · h, met h het hoogteverschil – onafhankelijk van hoe lang de helling is (zonder wrijving).

Wat is het verschil tussen arbeid en vermogen?

Vermogen is arbeid per tijdseenheid: P = W / t. 1000 J in 10 s is 100 W; dezelfde arbeid in 2 s is 500 W.

Bronnen en wettelijke basis

Bijgewerkt op: · Redactioneel beleid

Vergelijkbare tools