Parallelschakeling weerstand berekenen

Met deze tool kun je de totale weerstand van een parallelschakeling berekenen, en ook van een serieschakeling, van condensatoren en van spoelen. De weerstanden 100, 220 en 470 Ω geven parallel 60 Ω (precies 59,98 Ω); bij 12 V loopt in totaal 200 mA.

Bron: Wikipedia – Series and parallel circuits (resistors, capacitors, inductors). Bijgewerkt: .

Ook met voorvoegsel: 4,7k, 4k7, 100n, 2M2, 10µ. Minimaal twee waarden.
V
Mijn toolboxJe invoer wordt alleen in deze browser opgeslagen.

Resultaat

Resultaat
Totale weerstand: 59,98 Ω
Formule
1/R = 1/R₁ + 1/R₂ + … (twee weerstanden: R = R₁·R₂ ÷ (R₁ + R₂))
Dichtstbijzijnde normwaarde
Dichtstbijzijnde normwaarden: E12 56 Ω, E24 62 Ω
Stromen en vermogen
  • R1 = 100 Ω: 120 mA
  • R2 = 220 Ω: 54,55 mA
  • R3 = 470 Ω: 25,53 mA
  • Totale stroom 200,1 mA, vermogen 2,401 W

Zo wordt het berekend

Weerstanden parallel berekenen

Bij een parallelschakeling tel je de omgekeerde waarden op: 1/R = 1/R₁ + 1/R₂ + 1/R₃ + …. Voor twee weerstanden volstaat R = R₁ · R₂ ÷ (R₁ + R₂), voor n gelijke weerstanden R ÷ n. Het totaal is altijd kleiner dan de kleinste weerstand.

Voorbeeld

100 Ω, 220 Ω en 470 Ω parallel: 1/100 + 1/220 + 1/470 = 0,016673 S, dus R = 59,98 Ω. Bij 12 V voeren de takken 120 mA, 54,5 mA en 25,5 mA, samen 200 mA, en het vermogen is ongeveer 2,4 W.

Serie, condensatoren en spoelen

Waarden invoeren en normwaarden

Waarden mogen een voorvoegsel hebben: k, M, G en m, µ, n, p. “4k7” betekent 4,7 kΩ. Bij het resultaat noemt de tool de dichtstbijzijnde waarden uit de E12- en E24-reeks (IEC 60063), die in de winkel gangbaar zijn; E12 hoort meestal bij 10%, E24 bij 5% tolerantie.

Beperkingen

Er wordt gerekend met ideale componenten. Toleranties, temperatuurafhankelijkheid, verliezen in condensatoren en de wisselstroomweerstand (impedantie) zijn niet meegenomen. Controleer bij echte schakelingen het toegestane vermogen van elke weerstand.

Veelgestelde vragen

Hoe bereken ik de totale weerstand van een parallelschakeling?

Met 1/R = 1/R₁ + 1/R₂ + …. Bij 100 Ω en 220 Ω is dat 68,75 Ω.

Wat is de formule voor twee weerstanden parallel?

R = R₁ · R₂ ÷ (R₁ + R₂). Twee gelijke weerstanden geven de helft van één weerstand.

Waarom is het totaal kleiner dan de kleinste weerstand?

Elke extra tak geeft de stroom een extra weg: de geleiding stijgt en de weerstand daalt.

Hoe reken ik condensatoren parallel of in serie?

Parallel tel je de capaciteiten op; in serie geldt 1/C = 1/C₁ + 1/C₂ + …. Kies hier “Condensatoren”.

Hoe voer ik 4,7 kΩ of 100 nF in?

Als 4,7k, 4k7 of 100n. De tool begrijpt de voorvoegsels p, n, µ, m, k, M en G.

Bronnen en wettelijke basis

Bijgewerkt op: · Redactioneel beleid

Vergelijkbare tools